Kropholler was autodidact op het gebied van de architectuur en begon zijn carrière als timmerman. Hiervoor volgde hij van 1892 tot 1896 de timmermansopleiding aan de Eerste Ambachtsschool, ging op zijn vijftiende in de leer bij een aannemersbedrijf en werkte enige tijd bij architect J. Beirer. Van 1902 tot en met 1910 had hij samen met J.F. Staal een architectenbureau. In deze periode ontwierpen zij een groot aantal gebouwen in een stijl die sterk tegen de Jugendstil aanleunt, waaronder een aantal gebouwen voor verzekeringsmaatschappij De Utrecht. Later werd ook de invloed van H.P. Berlage van belang. In 1910 gingen de twee met ruzie uit elkaar. Ze zouden nooit meer een woord met elkaar gewisseld hebben, hoewel Staal inmiddels was getrouwd met Krophollers zuster Margaret, die later zelf naam zou maken als architect van de Amsterdamse School.

In 1908 werd Kropholler katholiek en begon hij zich te interesseren voor kerkenbouw. In publicaties pleitte hij voor het vasthouden aan traditionele bouwwijzen in moderne architectuur, het traditionalisme. Vanaf 1913 ontwierp hij een groot aantal katholieke kerken, in veel gevallen met bijbehorende gebouwen. Uit dat jaar dateert zijn eerste grote opdracht sinds de samenwerking met Staal, een katholiek complex in Scheveningen, bestaande uit een kapel, een kerk en woningen. Hoewel Kropholler het project slechts gedeeltelijk voltooide doordat de bouw van de kerk door onenigheid niet verder kwam dan de torenvoet met portaal, zette het complex de toon voor de rest van Krophollers werk.

Geïnspireerd door Berlage en binnenlandse architectuur ontstond een stijl waarbij enerzijds eenvoud en baksteen centraal staan en anderzijds steunberen en trapgevels extra groot werden uitgevoerd. Deze bouwstijl werd grotendeels overgenomen door de Delftse School, een groep vooral katholieke architecten onder leiding van M.J. Granpré Molière. Hoewel Kropholler nooit toetrad tot deze beweging, zou hij er altijd mee geassocieerd worden.

Behalve kerken ontwierp Kropholler vele andere gebouwen, waaronder een vrij groot aantal raadhuizen, waaronder die van Asten, Waalwijk, Leidschendam, Noordwijkerhout, Arcen, Wateringen, Grouw, Medemblik en Heesch. Hoewel gerespecteerd was Kropholler weinig geliefd bij collega-architecten en had hij regelmatig moeilijkheden met opdrachtgevers. In zijn geschriften rekende hij in felle bewoordingen af met andere opvattingen. Zijn fanatieke hang naar traditie en zijn afkeer van vernieuwing brachten hem in de jaren dertig in fascistisch vaarwater, toen hij lid werd van Zwart Front.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Kropholler gewoon door en publiceerde hij in een aantal door de nazi's gecontroleerde tijdschriften. Na de oorlog grepen de architecten van het Functionalisme deze kans aan om Kropholler te laten veroordelen wegens collaboratie. Kropholler kon zijn carrière echter al snel voortzetten door samen te werken met andere architecten. De voltooiing van een van zijn grootste ontwerpen, de abdij van Egmond, werd echter verhinderd. Hoewel hij tot op hoge leeftijd werkzaam bleef, was zijn glorietijd voorbij.

***AAN DIT ARTIKEL WORDT NOG GEWERKT***

 

De architect van deze woningen in het Raadhuiskwartier is A.J. Kropholler (1881-1973), maar de keramieke werken die boven de voordeuren zijn geplaatst zijn van de hand van zijn zuster Julie Louise Clarisse Kropholler (1894-1963). Ook ontwierp zij de glas-in-lood ramen van de monumentale Raadzaal.

In een complex van 32 woningen ontworpen door architect A.J. Kropholler (1881-1973) aan Raadhuislaan (RH), Prinses Beatrixlaan (PB), Koningin Wilhelminalaan (KW) in Leidschendam bevinden zich in totaal 31 van dergelijke tegeltableaus (bij Raadhuislaan 7 is door aan- en/of ver-bouw mogelijk het 32e verloren gegaan). Van tegeltableaus toegepast door Kropholler is in meerdere, zo niet de meeste, gevallen - in ieder geval de tekens van de dierenriem bekend dat ze werden ontworpen door een zuster van hem, Julie Kropholler. Dezelfde tableautjes met dierenriemtekens (behalve maagd), komen ook voor te 's-Gravenhage, Kwartellaan - Sijzenlaan - Pauwenlaan in Den Haag en hebben daar Latijnse bijschriften. 

Naast deze keramieken vinden we exemplaren terug met bijschriften in Amsterdam-Noord aan de Buiksloterweg 97 en Wingerdweg 4, aan de Linnaeushof 64-74, 77, 95 en 100 in Amsterdam, Sint Laurensstraat 3 in Alkmaar (inpandig Hooge Huys) en in de Haagse Vogelwijk aan de Kwartellaan, Sijzenlaan en Pauwenlaan. Aan de Koningin Wilhelminalaan te Leidschendam, huisnummers 36-46, komen dezelfde afbeeldingen van Saturnus, Venus, Mercurius (KW40), Neptunus, Mars, Jupiter in Leidschendam voor zonder verklarende bijschriften. 

KW18 - Vissen KW20 - Boogschutter KW22 - Waterman KW24 - Dierenriem
KW26 - Bestek KW28 - Kreeft KW30 - Tweeling KW32 - Stier
KW34 - Ram KW36 - Saturnus KW38 - Venus KW40 - Mercurius
KW42 - Neptunus KW44 - Mars KW46 - Jupiter KW48 - Duinroos

 

https://vriendennederlandstegelmuseum.nl

Wingerdweg 4,1031CA, Amsterdam-Noord: Het ontwerp van de roos (zomer) lijkt een complexere versie van het ontwerp voor tegeltableaus in Alkmaar (Kerkplein 9; 1811KL), Amsterdam (Buiksloterweg 97; 1031CJ) & Leidschendam (Prinses Beatrixlaan 19; 2264TE), toe te schrijven aan Julie Louise Clarisse Kropholler (1894-1963).

Kerkplein 9, 1811 KL Alkmaar; Het gebouw is van de architect A.J. Kropholler; broer van Julie Kropholler. Het tableau met roos is binnen het gebouw verplaatst naar de huidige locatie in het trappenhuis. Het tableau met roos vertoont een ontwerp waarvan ook uitvoeringen te vinden zijn in Amsterdam-Noord (1031CJ, Buiksloterweg 97) en in Leidschendam (2264TE, Prinses Beatrixlaan 19): met andere tegelverdelingen, en waarschijnlijk ook met aanzienlijk afwijkende (nl. kleinere) maten; het ontwerp wordt in Amsterdam-Noord met redenen omkleed toegeschreven aan mej. Julie L.C. Kropholler. Uitvoeringen van het ontwerp voor de haan zijn ook te vinden in Leidschendam (2264TE, Prinses Beatrixlaan 3) en Den Haag (2566WD, Sijzenlaan 4): eveneens met andere tegelverdelingen en met waarschijnlijk afwijkende (kleinere) maten. 

Sint Laurensstraat 3, 1811 KM Alkmaar: In het interieur van het Hooge Huys bevinden zich: een groot Delfts-blauw herinneringstableau, 1891-1991 (vgl. http://tijdschriften.archiefalkmaar.nl/issue/OAL/2001-09-01/edition/0/page/23 ); en een twintigtal kleine tegeltableautjes waarvan de meeste overeenkomen met wat elders aan Julie Louise Clarisse Kropholler (1894-1963; zuster van de architect) wordt toegeschreven: de twaalf tekens van de dierenriem; een slang die, zichzelf in de staart bijtend, in de liggende acht van het symbool voor oneindigheid kronkelt; een druiventros ('herfst'); en de planten koekoeksbloem, muskuskruid, en strandwinde. De sterrenbeelden komen ook voor in het interieur van het z.g. Hooge Huys: zie Vereniging Hendrick de Keyser - Jaarverslag 2013 , blz. 64-65.